Ze is net 50 geworden, en heeft dat gevierd met een groot feest. Linda Compté beseft als geen ander dat je niet genoeg van het leven kan genieten. 7 jaar geleden werd er borstkanker bij haar vastgesteld, maar dat is haar nog amper aan te zien. “Toen ik vorig jaar de top van de Mont Ventoux bereikte, kreeg ik complimenten van mensen die ik niet kende: ‘Knap gedaan, en dat met een mountainbike!’ Dat ik veel meer overwonnen had dan enkel die bergtop, heb ik die mensen toen niet verteld.”

Op vakantie na borstamputatie

“Mijn kinderen waren 12 en 16 jaar en zaten middenin de examens toen ik hoorde dat ik kanker had. Het was 3 juni 2005. Amper 6 dagen later werd ik al geopereerd: mijn rechterborst werd geamputeerd. Normaal gezien had ik meteen na die operatie een chemokuur moeten volgen, maar we hadden een tijdje voordien al een vakantie naar Frankrijk geboekt. Mijn behandelende arts had me de toestemming gegeven om die te laten doorgaan, op voorwaarde dat ik uit het zwembad zou blijven om infecties te vermijden. Omdat we eind juni al zouden vertrekken, werd er meteen na de amputatie een expander onder mijn huid geplaatst. Dat is een soort prothese waarmee de huid langzaam wordt uitgerekt door de inspuiting van kleine hoeveelheden vloeistof. Zelfs in mijn bikini zag je niet dat het een soort prothese was. Niemand heeft er iets van gemerkt. Eind juli ben ik dan met de chemo gestart maar doordat ik nog steeds die expander had, werd mijn huid zwaar beschadigd. Na 10 maanden werd die daarom vervangen door een gelprothese. Twee jaar geleden was er echter sprake van kapselvorming en werd die verwijderd. Nu heb ik een nieuwe borst, gereconstrueerd met eigen weefsel.”

Werken tot na de derde chemokuur

“Die vakantie in Frankrijk is een dag eerder geëindigd dan voorzien. Doordat ik in die hitte niet in het zwembad mocht, raakte ik uitgedroogd en kreeg ik een niercrisis. Zo ben ik daar in het ziekenhuis beland, en dat was het abrupte einde van de reis. Twee dagen na onze terugkomst is men dan gestart met de chemotherapie. Daar was ik telkens een week ziek van, en mijn haar viel uit, maar tot na de derde kuur ben ik gaan werken. Ik werkte in een winkel die fotomateriaal verkoopt en films ontwikkelt en afdrukt, en de meeste klanten wisten niet dat ik ziek was. Sommigen vroegen me of ik misschien een nieuw kapsel had, ze zagen zelfs niet dat ik een pruik droeg.”

Sport en sociaal contact

“Ik heb altijd veel aan sport gedaan, en dat ben ik blijven doen tijdens en na mijn behandeling. Op de momenten dat ik me goed voelde, ging ik fietsen, wandelen of sprak ik af met vrienden. Het heeft geen zin om je thuis op te sluiten, daar word je niet beter van. Mijn artsen hebben me daar ook altijd in aangemoedigd. Elke kankerpatiënt zou er een voorbeeld aan moeten nemen, volgens hen. Want beweging en sociaal contact zijn goed voor je fysieke en mentale gezondheid. Daarom ben ik ook zo lang mogelijk blijven werken, en ben ik na de resterende chemokuren en de bestralingen opnieuw 4/5de aan de slag gegaan. Ik geniet daarvan, net zoals ik het heerlijk vind om in het weekend te gaan fietsen met mijn man. Nog meer dan vroeger wil ik allerlei dingen doen en uitproberen. De muur van Geraardsbergen en de Mont Ventoux heb ik al bedwongen, nu zou ik graag eens een parachutesprong maken, of gaan bungeejumpen.”

Proefproject met herceptine

“In februari 2006, na mijn behandeling – 6 chemokuren en 25 bestralingen – vroeg mijn arts of ik wilde deelnemen aan een proefproject rond herceptine. Dat was een nieuw soort chemotherapie die in het buitenland al heel goede resultaten had opgeleverd. Je bent er niet ziek van en je haar valt ook niet uit; ik denk dat ze borstkankerpatiënten er tegenwoordig meteen mee behandelen. Zo heb ik er maar 5 gekregen, want jammer genoeg kon mijn hart het niet aan. Wat de invloed ervan zal zijn, kunnen we niet echt nagaan. Maar volgens de dokter kan die alleen maar positief zijn.”