Uitleg door dokter Hilde Vernaeve, coördinator Borstkliniek, en dokter Sophie Cvilic, diensthoofd radiotherapie.
 

Wat doet uw kliniek en welke meerwaarde biedt ze voor de behandeling van de patiënt?
 

Vernaeve: “De Borstkliniek heeft een tiental jaar geleden een extra dimensie gegeven aan het begrip ‘multidisciplinariteit’ door verschillende disciplines te combineren op één platform, waardoor de verschillende zorgverleners nauwer kunnen samenwerken. Een mammografie, consultatie bij de chirurg, oncoloog of radiotherapeut en een afspraak bij de psycholoog: het is de bedoeling om één centraal aanspreekpunt te creëren voor de patiënt, waar deze terechtkan met al haar vragen in een voor haar veilige en vertrouwde omgeving.”

 

Hoe verloopt deze begeleiding en in welke zin is ze geëvolueerd?
 

Vernaeve: “Vroeger was het vaak zo dat, als de kankerbehandeling afgelopen was, de patiënte er alleen voor stond tijdens haar herstel en haar terugkeer naar het sociaal-professionele leven. Onze kliniek wil eerst en vooral elke vrouw en haar naaste omgeving begeleiden, niet alleen tijdens haar behandeling, maar ook erna. Dit aan de hand van een medische en paramedische zorg die is afgestemd op haar behoeften. Zo kan ze deelnemen aan sessies zoals kunsttherapie, sofrologie, acupunctuur, enz.”

“Er worden ook informatiesessies over hormoontherapie georganiseerd, waarbij enerzijds het belang van de behandeling wordt uitgelegd en anderzijds gekeken wordt hoe men de bijwerkingen kan verlichten. Daarnaast bieden we een oncologisch revalidatieprogramma aan en kunnen patiënten kiezen voor bepaalde heelkundige ingrepen onder hypnose. Binnenkort starten we sessies op waarbij autohypnose aangeleerd wordt, zodat de patiënt beter kan omgaan met haar angsten.”

 

Welke rol is weggelegd voor de coördinatieverpleegkundige?
 

Vernaeve: “De coördinatieverpleegkundige vormt de rode draad tussen alle specialisten. Ze biedt een luisterend oor voor de patiënten en staat altijd klaar om vragen te beantwoorden en hen door te verwijzen naar de juiste persoon.”
 


 

Wat is het voordeel van de samenwerking tussen de verschillende disciplines in deze aanpak?
 

Vernaeve: “Het voordeel van werken op één enkel platform is de directe communicatie tussen de zorgverleners. Deze samenwerking is mogelijk dankzij een gemeenschappelijke visie, waarbij de gezondheid en het welzijn van de patiënt centraal staan. Elke week komen alle specialisten, de sociaal assistente, de diëtist, de psycholoog en de borstverpleegkundige samen voor het multidisciplinair oncologisch consult. Hier bespreken ze de verschillende patiënten en nemen ze samen beslissingen over de te volgen behandeling. In het kader hiervan hebben we een systeem van videoconferentie ontwikkeld waarmee we de huisartsen kunnen betrekken bij deze vergadering zonder dat ze hun kostbare tijd verliezen in het drukke Brusselse verkeer. Op die manier blijven ze direct betrokken bij de behandeling van hun patiënt.”

 

Hoe staat het met de screening van borstkanker?
 

Vernaeve: “De laatste jaren heeft er een positieve evolutie plaatsgevonden op het vlak van screening: er is sprake van een verhoogde bewustwording. Toch is er nog werk aan de winkel, voornamelijk in Brussel, omdat de vrouwen daar nog niet voldoende ingaan op de uitnodiging tot de screening. Er zijn nog altijd te weinig vrouwen tussen 50 en 69 jaar die de mammotest laten uitvoeren.”

 

Wat zijn de recentste innovaties op het gebied van radiotherapie?
 

Cvilic: “Onze kliniek maakt sinds kort gebruik van een nieuwe technologie - het systeem SDX®, een primeur voor België - die gebaseerd is op vrijwillige apneu van de patiënt. Deze techniek is bijzonder geschikt voor kanker van de linkerborst en bestaat erin dat de tumor wordt bestraald als de patiënt in apneu is. Zo is haar hart in rust en wordt het niet blootgesteld aan straling die later voor hartproblemen kan zorgen. Apneu werd al toegepast in andere centra, maar het bijzondere van dit systeem is dat het computergestuurd is. Aan de hand van gegevens die worden geprojecteerd op een videobril en schermen weten de patiënten en de zorgverleners of de patiënte haar adem correct inhoudt. Zo kan de bestraling veilig plaatsvinden.”