U was nooit eerder ziek en borstkanker zat niet in de familie. Dan moet die diagnose een enorme klap geweest zijn.

Hilde Claes: “Het was een donderslag bij heldere hemel. Ik had geen enkele aanwijzing dat er iets mis was, integendeel: ik voelde me kiplekker. Wel had ik al jarenlang een preventieve check-up voor me uitgeschoven. De gynaecoloog schreef me al zeven jaar – sinds mijn 40ste – een mammografie voor, en evenveel keer had ik dat voorschrift weggegooid. Volgens de typische redenering ‘mij overkomt het niet’. Ik ging er heel achteloos mee om, omdat borstkanker niet voorkwam in de familie en ik mij kerngezond voelde.”

Wat dreef u ertoe om toch een check-up te laten uitvoeren?

“Toen iemand uit mijn omgeving borstkanker kreeg, heb ik een afspraak vastgelegd. De ziekte kwam opeens dichterbij, het werd tastbaar. Al moet ik wel bekennen dat het mijn partner was die mij naar die mammografie heeft gedúwd (lacht). Hij is echt blijven aandringen, anders was ik nu nog misschien niet gegaan.”

Iedereen kent wel iemand die kanker heeft, maar weinigen gaan ervan uit dat ze zelf getroffen worden. Hoe komt dat?

“Vreemd, hé. Dat zit precies in de mens ingebakken. Ik kan zelf niet verklaren waarom, het is mij ook overkomen. Op mijn 40ste vond ik mezelf nog veel te jong voor een mammografie, terwijl de cijfers toch iets anders vertellen. Ik begin nu zelfs opnieuw te merken dat ik er minder en minder bij stilsta. Zo moet ik mezelf al half verplichten om op tijd op controle gaan. De aard van het beestje, zeker? Altijd bezig met van alles en nog wat.”

Hoe gaat het nu met u?

“Heel goed. De behandeling ligt intussen alweer een tijdje achter mij, en bij de laatste controle was alles in orde. De kanker is weg en de energie is terug. De komende vijf jaar moet ik wel nog regelmatig op controle gaan en medicatie nemen.”

Sinds uw ziekte roept u vrouwen van boven de 40 op om zich tijdig te laten screenen. Waarom is dat zo belangrijk?

“Die screenings hebben echt zin: ze redden letterlijk levens. Ik had pech dat ik kanker had, maar ook ontzettend veel geluk dat de ziekte zo vroeg ontdekt is. De dokters gaven me onmiddellijk goede vooruitzichten. Stel dat ik nog een jaar had gewacht met een check-up, dan weet ik niet wat het verdict zou zijn geweest. Hoe langer de kankercellen kunnen woeden, hoe kleiner de kans op genezing.”

Hoe verloopt zo’n mammografie eigenlijk?

“De arts neemt een röntgenfoto van je borsten en soms is er een aanvullende echografie nodig. Zo’n mammografie is niet aangenaam, maar de pijn is draaglijk. En als alles goed gaat, sta je op tien minuutjes weer buiten. Ik weet van veel vrouwen dat mijn verhaal hen heeft aangespoord om op controle te gaan. Eén vrouw sprak me aan op straat: ze had na het horen van mijn relaas ook een screening laten doen. De diagnose verraste haar compleet: borstkanker. Gelukkig ook in een vroeg stadium.”

Vindt u dat er in ons land genoeg aan borstkankerpreventie wordt gedaan?

“Ik zie toch geregeld grote bewustmakingscampagnes voorbijkomen. Maar die mogen wat mij betreft nog vaker herhaald worden, omdat het dan pas écht doordringt. Het zou de campagne moeten zijn die je naar de dokter leidt, niet een pechvogel uit je omgeving die de ziekte krijgt.”

Is uw mening over die screenings veranderd sinds u zelf kanker heeft gehad?

In België kunnen alle vrouwen tussen 50 en 69 jaar zich elke twee jaar gratis laten screenen.

“Ja, absoluut. Ik besef nu veel beter hoe kwetsbaar we met z’n allen zijn. Het uitgangspunt van een preventief onderzoek is dat iedereen kans maakt om kanker te krijgen. Het maakt niet uit of het nu om erfelijke belasting gaat of om brute pech. In België kunnen alle vrouwen tussen 50 en 69 jaar zich elke twee jaar gratis laten screenen. Uiteraard heeft zoiets een kostenplaatje, maar als je er de ziekte  vroegtijdig mee kan opsporen, bespaart dat de overheid ook weer geld.”

Hoe heeft u uw behandeling ervaren?

“Ze bleek uiteindelijk zwaarder dan ik dacht. Mijn behandeling bestond uit een borstbesparende operatie en lokale bestralingen. Zes weken lang kreeg ik iedere ochtend om 8u radiotherapie. Ik combineerde dat met mijn job, omdat ik dacht dat de bestralingen weinig invloed zouden hebben. Ik was eerst nog half euforisch omdat ik geen chemotherapie moest krijgen, maar op het einde van de behandeling was ik stikkapot.”

Waarom bent u toch blijven werken?

“Dat was mijn eigen keuze. Het is niet de beste oplossing voor iedereen, maar voor mij was het goed om bezig te blijven. Het gaf me minder gelegenheid om te piekeren en te focussen op de pijn die ik voelde. Ik maak normaal lange dagen als burgemeester, maar in die periode werkte ik zo veel mogelijk van 9 tot 6.”

Ook dat is een ambitieus werkritme tijdens zo’n behandeling.

“Klopt. Ik wou al snel terug naar de orde van de dag, maar zo zit het lichaam natuurlijk niet in elkaar. Soms ging ik al ’s middags naar huis omdat ik heel moe was. Die vermoeidheid heeft na de behandeling nog lang aangehouden. Je moet geduldig zijn met jezelf en je lichaam: dat heb ik moeten aanvaarden.”

Wat heeft u nog opgestoken van die periode?

“Je kan heel kwaad zijn op je situatie, maar dat helpt je geen millimeter vooruit. Ik probeer me dus meer dan ooit op het positieve te richten. Ik ben ook veel intenser gaan leven. Een uitstapje met de kinderen of met vrienden, dat was vroeger zo evident. Nu kan ik daar veel bewuster van genieten. Mensen die ook kanker hebben gehad, vertellen me hetzelfde. De ziekte doet je noodgedwongen stilstaan, iets wat wij nog veel te weinig doen.”

Bent u eigenlijk ooit kwaad geweest?

“Dat niet, nee. Het leven heeft me geleerd dat de ‘waarom ik?’-gedachte niets oplevert. Een van mijn zonen is zwaar autistisch, en daar ben ik ooit wel boos om geweest. Dat heb ik echt moeten plaatsen. Maar daardoor heb ik dit beter leren accepteren. Kijk vooruit op een positieve manier, dat is mijn motto.”

Is er voor u een leven voor en een leven na?

“Ik vermoed dat dat bij iedereen zo is die kanker heeft gehad. Ik zal nooit meer denken dat het mij niet meer kan overkomen. Ik geef er ook interviews over om het belang van screenings te onderstrepen. Denk maar aan de vrouw die mij aansprak op straat: aan zulke verhalen trek ik me op.”