Het was je vrouw die de ontdekking deed. Wat ging er precies vooraf aan jouw diagnose van darmkanker?

“Huidkanker is voor mij een bekend risico. In 2006 heb ik al eens een melanoom laten wegsnijden. Het was mijn vrouw, een dermatoloog, die een verdacht vlekje opmerkte vlakbij de plek van het vorige melanoom. Er ontstond echter twijfel of het om een nieuwe huidkanker ging of om een uitzaaiing van het eerste melanoom. Die twijfel heeft tot verschillende onderzoeken geleid en zo hebben de artsen ontdekt dat ik niet een uitzaaiing van een huidkanker had, maar wel een tweede kanker, een darmkanker. Die ontdekking is eigenlijk een geluk geweest. Een geluk bij een ongeluk. Zonder die huidkanker waar twijfel over bestond, was mijn darmkanker nooit ontdekt en zou die waarschijnlijk pas veel later zijn opgedoken. Ik had op dat moment immers geen andere symptomen.”

Je moest een chemokuur ondergaan, een zware periode. Waarin vind je op zo’n moment afleiding?

“Wanneer het verdict valt, is er niets dat je kan afleiden. Je bent op dat moment maar met één ding bezig: de diagnose en de eventuele gevolgen. Maar ondanks de hulp van je artsen slaag je er niet in precies in te schatten wat de omvang is van jouw diagnose. Afleiding vinden op dat moment lukt gewoonweg niet. Je moet door dat verwerkingsproces heen.”

“Eens de chemokuur begint, zoek je wel afleiding. In mijn  geval heb ik deze in twee dingen gevonden. Ten eerste in de steun van vrienden en familie. Heel veel mensen hebben gereageerd, zijn langsgekomen, hebben een mailtje gestuurd,… . Maar het woord ‘afleiding’ is in deze context eigenlijk verkeerd. Niettegenstaande dat het je enigszins afleidt van je ziekte, is het feit dat mensen aan je blijven denken eerder iets waar je je aan kan optrekken.”

“Daarnaast heb ik in die periode een klein boekje geschreven. Een boekje over de politiek met tekeningen van Carl Meersman. Dat was voor mij heel belangrijk omdat ik zo voeling kon blijven houden met het leven dat ik gewend was. Het leven waar ik vandaan kwam en waar ik door omstandigheden gedurende een aantal maanden niet naar kon terugkeren.”

Je was duidelijk zeer gedreven om het leven zo snel mogelijk te hervatten.

“Op dat moment ben je inderdaad heel gedreven. Al zit je natuurlijk ook geregeld in de put. Chemo breekt je niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal af. Maar ik heb iets zeer merkwaardigs opgemerkt: ik moest twaalf chemosessies volgen en tot de zesde sessie telde ik op, maar vanaf de zevende begon ik af te tellen. Ik heb sessie nummer zeven niet gedaan, maar had het punt bereikt dat ik er nog maar zes te gaan had. En dan nog vijf, nog vier... Je probeert je aan dat soort dingen op te trekken. Op het moment dat je nog twaalf sessies moet ondergaan, kan je je niet voorstellen dat er ooit een dag  gaat komen dat er slechts nog maar één te wachten staat. Maar ook die dag is er dan uiteindelijk.”

Voel je je vandaag weer helemaal jezelf?

“Ik merk dat ik gemakkelijk moe word. Dat is volgens mij nog altijd een gevolg van de chemo en alles wat zich heeft voorgedaan. Voor de rest heb ik niet het gevoel dat er veel dingen zijn blijven hangen.”

Heeft de ziekte jouw kijk op het leven veranderd?

“Mensen verwachten dat je anders tegen het leven gaat aankijken. En je neemt jezelf dat voor een stuk ook voor. Vanaf nu ga ik mij niet meer ergeren aan de pietluttige dingen van het leven, zoals files. Je houdt dat een week vol en dan kom je in een file terecht die net iets langer duurt dan verwacht en dan begin je je daar toch weer aan te ergeren. Dus ja, je kijkt anders tegen een aantal dingen aan, maar je krijgt niet plotseling een nieuw karakter. Dat verandert zo maar niet. Je wordt misschien wel filosofischer ten opzicht van de grote levensvragen.”