Uitleg door Dr. Marian Vanhoeij, borstkankerchirurg aan het UZ Brussel.

 

Borstkankerbehandeling is een teamsport

“Het is ontzettend belangrijk om te beschikken over specialisten die zich specifiek richten op borstkanker en die steeds op de hoogte zijn van de laatste nieuwe ontwikkelingen. Gezien de snel veranderende gegevens en richtlijnen is het anders erg moeilijk om volledig up-to-date te blijven”, aldus Dr. Vanhoeij.

“De behandeling van kanker, en zeker ook borstkanker, gaat bovendien veel breder dan enkel chirurgie. Het is een teamsport waarbij ook pathologen, radiologen, oncologen, radiotherapeuten, enz. allemaal dienen gespecialiseerd te zijn in die vorm van kanker. Zo’n multidisciplinair team is de beste manier om borstkanker effectief aan te pakken.”

 

Een multidisciplinair team is de beste manier om borstkanker effectief aan te pakken.

 

Multidisciplinaire werking

Dr. Vanhoeij: “Het multidisciplinair overleg situeert zich steeds rond de individuele patiënt/patiënte. Dankzij de input van alle verschillende betrokken disciplines kunnen we komen tot een optimale behandeling op maat. Voor iedere patiënt/patiënte zitten we samen en overlopen we de karakteristieken van de tumor. In dat overleg speelt de behandelende arts een centrale rol, maar ook de huisarts wordt uitgenodigd om te participeren.”

“Daarnaast is één lid van het team de contactpersoon van de patiënt/patiënte die na dat overleg terugkoppelt naar haar en de tijd neemt om op een menselijke en begrijpbare manier uit te leggen wat de opties zijn. Meestal is dat de eerste persoon van het multidisciplinair team waarbij de patiënt/patiënte aanvankelijk terecht is gekomen. In ons centrum gaat het doorgaans over één van de gespecialiseerde chirurgen.”

 

Opvolging op maat

“De opvolging gebeurt door alle specialisten die de patiënt/patiënte hebben behandeld. Patiënten die geen chemotherapie hebben gehad zullen dus ook niet worden opgevolgd door de oncoloog. Niet enkel het overleg en de behandeling, ook de opvolging gebeurt dus op maat. Daarnaast kunnen o.a. ook een psycholoog en een plastisch chirurg betrokken worden”, legt Dr. Vanhoeij uit.

“Hét centrale aanspreekpunt tijdens de opvolging is de borstverpleegkundige. Die fungeert als een vertrouwenspersoon waarbij de patiënten steeds terecht kunnen voor vragen, maar vertegenwoordigt hen ook tijdens het multidisciplinair overleg. Samen met de behandelende arts is deze borstverpleegkundige het belangrijkste contact van de patiënten doorheen het hele traject.”