Professor Ann Janssens

Hematoloog aan het UZ Leuven

 

 

Uitleg door Prof. Ann Janssens, Hematoloog aan het UZ Leuven.

 

NHL in een notendop

“Bij NHL evolueren lymfocyten tot kwaadaardige cellen die ongecontroleerd beginnen groeien, voornamelijk in de klieren. Na verloop van tijd beginnen deze klieren te drukken op bepaalde organen, waardoor er schade ontstaat. De kwaadaardige cellen kunnen bovendien via de lymfevaten naar andere organen, het beenmerg en zeldzaam zelfs de hersenen uitzaaien. Op die manier wordt het hele kliersysteem van het lichaam aangetast en kan het de functie van de aangetaste organen ernstig beschadigen”, opent Prof. Janssens.

“Patiënten stellen vaak een gezwollen lymfeklier vast in hun hals, oksels of liezen. Daarnaast kunnen ook een sterke vermoeidheid, een mindere fitheid, koorts, ’s nachts zweten of bleekheid symptomen zijn die patiënten aanzetten om een arts te raadplegen.”

Prof. Janssens: “De risicofactoren voor NHL zijn niet bekend. Zo is het niet zeker of de blootstelling aan bepaalde stoffen, virussen of stralingen echt per patiënt een verschil kan maken. Daarom gaan we er eerder van uit dat het gaat om een combinatie van verschillende factoren. We zien wel dat het aantal patiënten sinds het einde van de 20ste eeuw sterk is gestegen.”

 

Sinds recent beschikken we over antistoffen die onderhuids
kunnen worden toegediend, i.p.v. intraveneus.

 

Snellere en effectievere behandelingen

“In het verleden beschikten we enkel over chemotherapie, waarbij een combinatie van verschillende stoffen intraveneus werd toegediend. Deze behandeling maakt echter geen onderscheid tussen kwaadaardige en goedaardige cellen, en valt bijgevolg alle snelgroeiende cellen in ons lichaam aan. Hierdoor waren er vaak ernstige bijwerkingen.”

“Rond het jaar 2000 kwam er dankzij de monoklonale antistoffen een doorbraak. Door deze stoffen toe te voegen aan de chemotherapie steeg de respons spectaculair, waardoor patiënten hun ziekte veel beter en langer onder controle kregen. Deze combinatie werd daarom de nieuwe standaard eerstelijnsbehandeling”, aldus Prof. Janssens.

“Sinds recent beschikken we bovendien over antistoffen die onderhuids kunnen worden toegediend, i.p.v. intraveneus. Hierdoor duurt de toediening slechts enkele minuten (i.p.v. enkele uren) en moeten patiënten dus niet meer zolang in het dagziekenhuis verblijven. Toch is de behandeling even effectief en wordt ze even goed getolereerd.”