Prof. Dr. Michel Delforge,
Hematoloog UZ Leuven

Beenmergkanker

Multipel myeloom (MM) is een beenmergkanker waarbij plasmacellen (een soort afweercellen) zich oncontroleerbaar vermenigvuldigen. Dit gaat gepaard met de productie van een abnormaal eiwit (paraproteïne) dat  de nieren kan beschadigen, wat bijdraagt tot een verhoogd infectierisico en soms  het bloed stroperig maakt. MM komt vooral voor bij ouderen. De gemiddelde leeftijd is 67 jaar, maar 10% van de patiënten is jonger dan 50 jaar.

Botpijn

Het belangrijkste symptoom is aanhoudende en vaak ernstige botpijn en een verhoogd risico op botbreuken doordat zieke plasmacellen versnelde botafbraak veroorzaken. De diagnose wordt gesteld via een bloed- en urine onderzoek en beenmerganalyse. Wanneer patiënten in de eerstelijnszorg terecht komen, of wanneer men de ziekte vermoedt, is het belangrijk om ze snel door te verwijzen naar een deskundige specialist (hematoloog). Het is immers een zeldzame ziekte die een specifieke behandeling vereist.

Genezing onmogelijk

Hoewel er veel vooruitgang is geboekt in de behandelingsmogelijkheden, is definitieve genezing helaas nog niet mogelijk. Daarom focust de therapie zich vooral op het vertragen van de evolutie van de ziekte, het controleren van de symptomen en het verbeteren van de levenskwaliteit. Voor patiënten tot 65 à 70 jaar wordt  vrijwel steeds gekozen voor hoge-dosis chemotherapie met stamceltransplantatie. Daarnaast is er een grote doorbraak gekomen dankzij een aantal nieuwe geneesmiddelen met krachtige werking. De periodes van behandeling kunnen tijdelijk gepaard gaan met vervelende complicaties, en ook de psychische impact is niet te onderschatten. Toch slagen de meeste patiënten er tijdens de therapie vrije periodes in om met behulp van ondersteunende zorg terug een min of meer normaal leven te leiden.

Behandeling op maat

Bovendien zijn de testen om de ziekte op te sporen en op te volgen verbeterd. Ook kunnen we de ziekte nu beter opdelen in risicogroepen, wat een behandeling op maat stilaan mogelijk maakt. Zelfs na vele jaren succesvolle behandeling zal een groot deel van de patiënten overlijden aan de gevolgen van de ziekte of de complicaties ervan. Maar dankzij de medische vooruitgang kunnen we patiënten onder de 65 jaar nu gemiddeld een prognose van 8 à 10 jaar geven, en ouderen 5 à 7 jaar. Dat is een verdubbeling t.o.v. 10 jaar geleden.