Prof. Dr. Veerle Surmont,
UZ Gent

Veerle Surmont: “Geen twee longkankers zijn dezelfde. Als we de ziekte willen verslaan, moeten we iedere patiënt op maat behandelen. Dat kan echter pas gebeuren nadat we een zeer precieze diagnose hebben gesteld. Om welk type kankercellen gaat het en in hoeverre hebben ze zich uitgebreid in het lichaam? Dat is niet zo eenvoudig te achterhalen. Hoe beter we de tumor echter kunnen typeren, hoe beter we in staat zijn om de patiënt een adequate behandeling te geven.”

Op maat

“Nu we stilaan meer technieken vinden om het kankergenoom te ontrafelen, kunnen we gepersonaliseerde therapieën ontwikkelen. We weten al langer dat bij de verschillende types kankercellen in principe verschillende soorten chemotherapie passen. Momenteel kunnen we zelfs al een subgroep van longkankerpatiënten behandelen met zeer specifieke, doelgerichte medicatie."

"Deze patiënten, die uitgezaaide longkanker hebben met een specifieke mutatie, moeten zelf bepaalde tabletten innemen thuis. Ze hoeven dus niet meer naar het ziekenhuis te komen voor chemotherapie via de aders. Ook een behandeling als radiotherapie wordt steeds vaker ‘op maat’ toegediend. Een lokale tumor vraagt immers een andere bestraling dan een lokaal uitgebreide of een uitgezaaide tumor. Met de meest recente apparatuur kunnen we longtumoren meer doelgericht bestralen, waardoor de gezonde weefsels en organen rond de kankercellen gespaard blijven.”

Doorbraken

De weg is nog lang, maar hoopvol: de behandeling van longkanker is nu al niet meer te vergelijken met tien jaar geleden.

“Gerichte therapieën zijn goed nieuws voor de kankerpatiënt, want die ziet zijn overlevingskansen stijgen. Ook de levenskwaliteit gaat omhoog, want gerichte therapieën hebben het voordeel dat ze veel beter worden verdragen. Er zijn opvallend minder bijwerkingen in vergelijking met de klassieke chemotherapie. Wel zijn deze middelen nog steeds niet in staat om de longkanker in een gevorderd stadium te genezen."

"De weg is nog lang, maar hoopvol: de behandeling van longkanker is nu al niet meer te vergelijken met tien jaar geleden. Zowel op het gebied van radiotherapie, chemotherapie, gerichte therapie, immunotherapie als chirurgie zien we de ene doorbraak na de andere. Of longkanker in de toekomst niet meer dodelijk zal zijn? Het blijft een gedurfde vraag, maar we evolueren toch enigszins in die richting. Als je ziet dat we er vandaag al in slagen om bepaalde patiënten met uitgezaaide longkanker verschillende jaren te stabiliseren met een goede levenskwaliteit, dan hopen we inderdaad dat longkanker ooit een chronische ziekte wordt, waar mensen niet meer aan overlijden.”