Je vrouw was je grootste steun en toeverlaat tijdens je herstel.

“Ja, van begin tot einde. Zij was degene die de ziekte heeft ontdekt, maar zij was ook degene die het hele proces van dichtbij heeft meegemaakt. Maar hoeveel mensen je ook omringen, tenslotte is het iets wat je helemaal alleen doorstaat. Je kan aan niemand uitleggen hoe chemo voelt en wat het met je doet. Alleen iemand die dit zelf heeft meegemaakt kan zichzelf in je verhaal herkennen. Ziek zijn is dus een zeer eenzaam proces. Zeker in het geval van chemo waarbij je om de twee weken gedurende een week letterlijk ziek wordt gemaakt. Je krijgt dan een week om te recupereren om vervolgens aan een nieuwe chemosessie te beginnen. Dat is behoorlijk stevig en dat onderga je alleen.”

Hoewel je nog steeds in behandeling was voor darmkanker, trad je december 2014 terug in de openbaarheid met de voorstelling van je boek “Het parabel van het ezelsoor”. Hoe voelde dat?

Dat was eigenlijk niet zo een grote kloof die ik moest overbruggen. Gedurende een chemokuur functioneer je tijdens een goede week vrij normaal en kom je nog steeds in het openbare leven. Je verdwijnt niet plotseling van de aardbol. Je bent in die periode gewoon heel erg met jezelf bezig. Er is een mentaal proces waar je doorheen moet, maar het is niet zo dat de mensen je niet meer zien. Zeker naar vrienden en familie toe blijf je in zekere zin in het dagelijkse leven functioneren.”

Welke impact heeft de ziekte op uw relatie met vrienden en familie gehad?

“Ondanks het feit dat ik kanker alleen heb moeten ondergaan, heeft de ziekte ons toch dichter bij elkaar gebracht. Laat dat dan een positief gevolg zijn. Maar ik denk niet dat er binnen je relaties fundamentele dingen veranderen. Je bent op elkaar aangewezen en dat maakt een relatie intenser.”