“Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door het humaan papillomavirus. Ongeveer 80% van de vrouwen komt tijdens hun seksueel leven in aanraking met dit virus. Bij slechts een beperkte groep persisteert deze infectie wat na verloop van tijd aanleiding kan geven tot een precancereus letsel, dat vervolgens kan uitgroeien tot een tumor”, legt Prof. Denys uit.

Behandeling steeds afgestemd op stadium van de tumor

“Hoe later de ziekte wordt vastgesteld en hoe uitgebreider de tumor, hoe agressiever de behandeling. In stadium 1 worden de kleinste tumoren heelkundig verwijderd door enkel een stuk van de baarmoederhals weg te snijden. Bij een grotere tumor zullen de volledige baarmoeder, de baarmoederhals, de omliggende weefsels en de lymfeklieren moeten worden weggenomen”, aldus Prof. Denys.

Dr. Vandecasteele: “Als we merken dat de tumor groter is dan vier centimeter, wanneer hij agressief blijkt te zijn en/of uitgezaaid is in de lymfeklieren, zullen we bijkomend behandelen via nabestraling en chemotherapie. Vanaf stadium 2B breidt de tumor uit naar de omliggende weefsels en is deze niet meer operabel.”

“In dat geval geven we als primaire behandeling onmiddellijk bestraling en chemotherapie, gevolgd door een inwendige bestraling of heelkunde. In stadium 4 is de uitzaaiing meestal zo vergevorderd dat de patiënt niet meer curatief kan worden behandeld. De enige mogelijkheid bestaat dan uit palliatieve chemotherapie of radiotherapie met als doel de ziekte af te remmen en de symptomen te verminderen.”

Nieuwe doorbraken op het vlak van de behandeling

Prof. Denys : “Een belangrijke nieuwe ontwikkeling betreft bevacizumab. Dit is een monoklonale antistof die wordt ingezet om de aanleg van nieuwe bloedvaten te remmen. Op die manier verbetert het de overleving van de patiënten die niet meer curatief kunnen worden behandeld met drie à vier maanden. Dit lijkt niet veel, maar toch is het een grote stap vooruit in vergelijking met onze mogelijkheden in het verleden.”

“Momenteel kunnen we het in België echter nog niet toepassen omdat de terugbetaling pas begin 2016 verwacht wordt. In andere landen zijn de resultaten alvast positief, en blijkt dat ook de bijwerkingen meestal wel meevallen. In de verdere toekomst wordt ook veel verwacht van immuuntherapie. De klinische studies hieromtrent zijn volop bezig.”